__________________________________________________________________________
 


Zelfbouw Draaibrug

De oude draaibrug over de Oude Maas tussen Dordrecht en Zwijndrecht.

Tekst en tekening komt uit het boekje Modelspoorwegbouw, Techniek en Scenery uitgegeven door Elsevier gepubliceert in 1962

 

 

Voor de geoefende bouwers is er ook de mogelijkheid voor het bouwen van bruggen met messingprofielen. De brug op de tekening is een model van de spoorbrug Dordrecht-Zwijndrecht over de Oude Maas. De afbeeldingen laten bouwbijzonderheden zien. Deze brug is, in tegenstelling tot de echte, enkelsporig. De bouwer, de Heer Van der Vlies te Dordrecht, had geen plaats voor een brug met dubbel spoor en vond dat een enkelsporige baan op de brug ook spoortechnisch gezien een aparte bekoring heeft. Een dubbelsporige baan, die op een brug enkelsporig wordt, vraagt namelijk bepaalde beveiligingen als van iedere kant een trein komt. Schakelrail en beveiliging d.m.v. seinen (Marklin en Trix) en d.m.v. wisselbeveiliging (Fleischmann en Hornby) worden een noodzaak die een apart aspect geeft. De brug is ca. 1,50 m lang. Het beweegbare deel is duidelijk te zien. Evenals in de werkelijkheid is deze brug op afstand te bedienen en dus voor schepen te openen en te sluiten. De brug kan wegens zijn grote lengte het best aan de rand van de baan of in de achtergrond worden ingebouwd. omdat de rivier dan in die achtergrond kan verdwijnen. Anders zou de gehele baan aan de brug ondergeschikt moeten worden gemaakt.

De Heer Van der Vlies heeft van deze brug een uitvoerige bouwbeschrijving gemaakt. Beschreven wordt hier het moeilijkste en aantrekkelijkste deel, de draaibrug. De andere brugdelen zijn in de handel verkrijgbaar of kunnen op dezelfde manier als de draaibrug van messing profielen worden gemaakt. Wil men de brug dubbelsporig maken, dan moeten de bogen verder van elkaar worden geplaatst waardoor dan op de rijbaan dubbel spoor kan worden aangebracht. Het bouw-principe blijft echter gelijk. Wel moet hier nog een waarschuwing volgen. Men make deze brug niet als men niet solderen kan of geen messing profielen kan bewerken. Alvorens met de eigenlijke bouwbeschrijvmg te beginnen geven wij U eerst de voornaamste onderdelen en gereedschappen:

Benodigdheden: Diverse messingprofielen welke in de speciaalhandel verkrijgbaar zijn. Strookjes zink. Stroken triplex of hardboard. Houten rand van 1,5 x 5 cm. Boutjes met vleugelmoeren. Houten grondplaat (grootte hangt van omstandigheden af, kan ook direct op grondplaat). Voorwielnaaf van fiets. Motor uit drukknopradio, schakelaar, soldeer, messingdraad.

Gereedschap: Soldeerbout, ijzerzaagje, hamer, spijkers. Alvorens men de brug gaat bouwen is het gewenst dat men de bouwbeschrijving aandachtig doorleest en zo de nodige materialen nogeens goed leert kennen. Daarna kan de bouw een aanvang nemen:

Het grondvlak voor het geheel is een strook triplex of hardboard van 4 mm dik, 216 cm lang en 60 cm breed, die gespijkerd is op een houten rand van 1,5 X 5 cm. Men krijgt dan het model van een houten bak van 5,4 cm dik en om gemakkelijk op te bergen wordt het grondvlak in twee delen gemaakt, welke door 2 boutjes met vleugelmoeren tot een geheel kunnen worden samengevoegd. Het gehele bouwwerk kan natuurlijk ook direct in de baan worden verwerkt, maar deze brug was als een los geheel gemaakt. Het watervlak is blauw geverfd en voorzien van witte koppen, die de golven voorstellen.

De pijlers zijn gemaakt van hout en tijdens het verven bestrooid met duinzand (beton). De spoordijk is bestrooid met groen strooimateriaal (gras) evenals een zijde van het grondvlak, die weide voorstelt.

De andere zijde is zwart gehouden (aarde) voor de volgende aansluiting en wel als rangeerterrein. Dit kan natuurlijk door ieder naar eigen behoefte worden gewijzigd. De glooiing langs de rivier is beplakt met basaltpapier. De pijlers alsmede de landingshoofden en spoordijken zijn voorgoed op het grondvlak bevestigd, terwijl de twee vaste bruggen er los tussen gelegd worden; de draaibrug wordt met een moer bevestigd op de draaipijler. De vaste bruggen zijn hier gemaakt van messingprofiel T 2 mm, L 2 mm, U 3 mm en zink.

De elektrische draaibrug heeft in de tekening de juiste maten voor HO welke helaas niet op ware grote in onze uitgave kunnen worden opgenomen.

Voor de onderbouw gebruikt men een plankje multiplex van 8 mm dik, lang minimaal 500 mm, breed 49 mm. Vanuit middelpunt M maakt men de einden van dit plankje rond (straal R = 250 mm). De zijde van de brug is een strook zink of messing van 1 mm dik en ter lengte te meten langs de zijkant van het plankje. De onderrand van de brugzijde kan ook in een boog gemaakt worden, langs deze rand soldeert men een L 2 mm evenals de staande hoekijzers L 2 (denk erom deze links en rechts te plaatsen). Deze "zijden" vastzetten met enige spijkertjes, tegen de zijkanten van het plankje 8 mm, aan de einden een strookje zink tussen deze zijwanden solderen. De breedte van deze strook G is gelijk aan het einde (smalste breedte) van de zijkant van de brug en wordt bevestigd tegen de ronding K 250 van het plankje 8 mm. Tegen de staande hoekijzers L 2 maakt men de consoles A en B van zink of messing van 1mm. Van A 12 stuks. van B 10 stuks. Console A zit op de plaats waar de U 3 x 2 mm voor de bovenleidingsconstructie aan bevestigd wordt. Aan console B wordt een T 2 mm voor het hekwerk langs de brug gemaakt.

Voor de bevestiging op de pijlers wordt een plaatje zink of messing D tussen de zijden van de brug, met in het midden een gat geboord, waardoor de as (spil van draaipijler, koningsspijl genaamd) van de pijler gaat. Dit asgat moet precies samenvallen met middelpunt M van het plankje, daar de brug anders niet in evenwicht is.

Aan de onderzijde van D komt een moer op de as. waardoor men de brug op hoogte kan stellen en bovenop D een moer om de brug vast te maken op de as.

Nu maakt men eerst de voetpaden, op de consoles A en B wordt een U 3 x 2 mm vastgezet met de opening naar middelpunt M. In deze opening steekt men een strookje triplex van 2 mm dik met de nerf dwars (voor inkrassen van planken), bruin beitsen en de krasscn even ophalen met scherp potlood, dan krijgt men zwarte naden, en lijmt dit voetpad op het plankje van 8 mm. Op de voetpaden de ronding R 250 uit M doortrekken en de U3 x 2 tevens afzagen. Denkt eraan, er mag niets buiten de ronding R 250 uitsteken, anders loopt de brug klem tussen de pijlers. Grondplankje dof zwart maken, bielsen plaatsen en de rails er op volgens een hartlijn door M getrokken. Dit moet zuiver gebeuren, als de brug eenmaal geplaatst is moeten de rails aan weerszijden aansluiten op de vaste brug en op de landpijler.

Het hekwerk bestaat uit L 2 onder en boven, daartussen 2 stangen van messingdraad 1 mm. Dit hekwerk maakt men volgens tekening, neemt een strookje 2 mm triplex, ter breedte van de onder en boven L2; dit strookje 2 mm zet men vast op een plankje of lat wat men heeft, aan iedere kant een L2 tegen de zijkanten, deze L2 met enige spijkertjes vasthouden. Dan soldeert men de T 2 en S 1 (strip 1 X 2 mm) aan beide L 2 vast, rekening houdend met de lengte van T 2. Bij console B komt een T 2 aan deze console vast, bij A loopt de T 2 tot aan de onderkant van de U 3 x 2 van het voetpad, daartussen zit dan een S 1 x 2, dan worden aan de binnenkant de 2 stangen' 1 mm gesoldeerd. De constructie voor de bovenleiding bestaat uit zes portalen, gemaakt van U 3 X 2 en strookjes zink volgens tekening uitgezaagd. De U 3 x 2 op een plankje evenwijdig vastleggen, dan de uitgezaagde bovenverbinding opsolderen. Nu plaatst men de buitenste portalen op console A met de steekschoren T 2 naar console B, zodat ze recht en vast staan. Bovenop deze 2 portalen komt een U 3 X 3 met de opening naar boven en in het midden.

Daarna plaatst men de twee middelste portalen met de kruisschoren T 2 en een schetsplaat in het kruis. Deze ook vastmaken in het midden aan de U 3 X 3 en ten slotte de laatste twee portalen. Als alle portalen geplaatst zijn moeten deze, als men langs de brug kijkt, in een lijn staan, dus allemaal even recht. De beugels voor de rijdraad zijn van 1 mm messingdraad; deze worden tegen de rijdraad gesoldeerd of opgehangen aan een isolator, en worden vastgezet op de U 3 X 3. De einden van de rijdraad zijn oplopend, voor vlotte overgang van pantograaf. Hoogte rijdraad is 63 mm uit BS, maar men moet rekening houden met Elocs die men heeft en zorgen dat de rij­draad over de draaibrug voor en achter even hoog is uit BS (bovenkant railstaaf). De draaipijler maakt men van hard hout en moet bewerkt worden op een draaibank, daar dit een werkje is wat goed en mooi moet zijn en haast niet te maken is uit de hand. De as of spil van deze pijler bestaat uit een complete voorwielnaaf zonder spaken, dus met huls, as, konissen en kogeltjes en een paar extra moeren voor het vastzetten. De huls van deze naaf wordt in het midden doorgezaagd bij het oliegaatje en aan weerszijden van de pijler ingestoken, aan de bovenzijde moet de naaf geheel ingewerkt worden en vastgezet door de spaakgaatjes, de onderzijdc mag er buiten steken, deze moet vastgezet worden als boven. Dan de as met kogels en konissen weer in de huls gestoken (vaseline voor smering niet vergeten) en allos draait even soepel en licht als in het voorwiel van een fiets.

Bovenop de draaipijler maakt men 2 afzonderlijke sleepringen (messing) vast, ervoor zorgdragend dat de bovenkant glad is, want daarover heen lopen twee contactveren voor het spoeltje van de vergrendeling (Hier ziet men dan weer een toepassing van elektromagnetische bediening). Door de pijlers lopen twee draden plus en min en doze worden vastgesoldeerd aan de twee sleepringen. Twee sleepcontacten op een geïsoleerd plaatje vastmaken aan verbindingsstuk D, en daarna doorverbinden naar spool H. Op de tekening is de constructie goed te zien. De grendel maakt men van hard messingdraad en deze wordt met een paar kleine beugeltjes vastgezet onder tegen het plankje van het 8 mm brugdek; waar de grendel door de brug komt moet men een isolatie aanbrengen. Door de rijdraad staat de brug onder stroom. Men kan deze natuurlijk ook geïsoleerd aanbrengen waardoor de isolatie kan vervallen. De rivierpijler kan men gemakkelijk volgens tekening maken. De vaste brug past in de ronding van de draaibrug, met enige opening rekening houdend. R is dan gelijk 253. Hetzelfde doet men aan het landhoofd. Deze moet ook een holte hebben van R is gelijk 253.

Als de draaibrug in gesloten toestand is moet de rijdraad contact maken met de rijdraad op de pijler en op het landhoofd. Dit is eveneens het geval voor de rails. Voor de spoorbrug aan de landzijde plaatst men een seinpaal. Deze kan men schakelen met een Universeelwissel van Fleischmann of anderszins beveiligen met een Marklin seinpaal of een van Trix. Bij deze brug is een enkel spoor. Als dus van beide zijden een trein komt moet men zorgen dat deze niet tegelijk de brug oprijden. Een kruiselings verband tussen seinen en/of wissels aan beide zijden is dun nodig. Sein een zijde veilig, andere zijde onveilig en daardoor stop voor de laatste.

Als men de brug dubbelsporig maakt heeft men hier niets mee te maken. Het is echter met een enkelsporige een spelmogelijkheid te meer, die het geheel interessanter maakt. Als laatste maakt men vier verende steunen voor rusttoestand van de draaibrug in gesloten toestand, daar de brug ook vast moet liggen om ontsporing van de treinen tegen te gaan. Op de pijlers plaatst men een stripje waardoor de veren gemakkelijk opschuiven, door de einden van de strippen iets schuin naar beneden te laten lopen.

Als de brug zover klaar is, kan men aan het schilderen gaan. Kleur zilvergrijs tot aluminium. Over het water en de pijlers spraken wij al.

Aan de onderzijde van de draaipijler komt de voortbeweging, dat is dus aan de andere zijde van de fietsas. Een groot tandwiel van plm. 10 cm doorsnede moet geïsoleerd van de as zitten, dus rubberringen en andere isolatie ertussen. Een motor uit een drukknopradio is er schitterend voor, loopt op 25 tot 30 volt, draait links en rechts. Als schakelaar kan men een fietsstuurschakelaar of die van de richtingaanwijzers van een auto gebruiken. De overbrenging van motor naar brug kan op een der manieren van de aandrijfmogelijkheden voor trekvoertuigen geschieden. Ook van metalen bouwdoosonderdelen kan men een mooie aandrijving fabriceren. Er moet wel een grote vertraging opzitten want een draaibrug gaat in werkelijkheid ook erg langzaam.

Voor het openen van de brug vanaf de bedieningspost. Stroom van rail en bovenleiding uitschakelen. De drukknop voor de ontgrendeling indrukken. Motorschakelaar naar links zetten. Drukknopschakelaar van grendel even ingedrukt houden totdat de grendel voorbij het sluitgat in het landhoofd is, daarna de drukknop loslaten.

Staat de brug ongeveer in de lengterichting van de rivier, dan de motorschakelaar terugzetten in het midden. Bij het sluiten van de brug de schakelaar naar rechts, waardoor de brug dichtgaat. De drukknop voor de grendel behoeft men nu niet te bedienen want deze wordt vanzelf ingedrukt tot hij precies voor het sluitgaatje komt, waar het veertje van de grendel ervoor zorgt dat de grendel in het gaatje springt. Even voordat de brug de gesloten toestand heeft bereikt is de motor uitgeschakeld, deze loopt dan nog even door en de brug is gesloten. Stroom weer op de baan en het spoorwegverkeer kan voortgang vinden.

Aldus het verhaal van de heer Van der Vlies. Zijn brug doet het prachtig en voor de serieuze bouwer is deze beslist na te bouwen.

Aanmelden voor de
Automatic-Rock
Nieuwsbrief?

Uw Email Adres:

U kunt ook mij een berichtje sturen.

Aangepast zoeken





AR's advertenties op marktplaats