| |
NS Goederen wagons
Zover mogelijk compleet met technische tekeningen op schaal.
Deze zijn afkomstig van verschillende tijdschriften, waaronder Hobby Bulletin, VT Vrije Tijd en Miniatuurbanen, ook komen er tekeningen en tekst uit het boekje De Exploitatie van de Modelbaan, en Wikipedia.
|
|
| |
|
|
Oude NS-codering
Omdat het boekje wat ik gebruik voor verklarende tekst uit 1963 komt wordt hier nog de oude codering gebruikt. Voor recente informatie verwijs ik door naar Wikipedia. Hier komt onderstaande informatie ook vandaan:
Voordat het UIC-systeem vanaf 1 oktober 1964 werd ingevoerd gebruikte de NS eigen soortnamen (soortmerken, telegrafische verkortingen, verkorte benamingen) voor haar goederenwagens.
In de onderstaande lijst van soortnamen zijn de achtervoegsels K en W, die stonden voor het soort remwerk, weggelaten. Als het voorvoegsel voor de snelheid, S- of X-, tussen haakjes staat, betekent dit dat de soortnaam zowel met als zonder voorvoegsel voorkwam.
Net zoals dit in het UIC-systeem het geval is, kon dezelfde soortnaam gebruikt worden voor wagens die volgens verschillende ontwerpen waren gebouwd. Om ook de ontwerpen te kunnen onderscheiden, wordt in publicaties over dit onderwerp de soortnaam vaak gevolgd door het serienummer van de eerste wagen uit een serie wagens gebouwd volgens een bepaald ontwerp, bv. GTM 54301.
NB. Bij nieuw in dienst gestelde wagens was de NS al vanaf 1959 begonnen met het toepassen van UIC-achtige soortnamen. Daarmee liep men in feite vooruit op de internationale invoering van het UIC-systeem. In de meeste gevallen moesten deze soortnamen vanaf 1964 toch weer worden aangepast, bv. Hbs werd Gbs en Uds-v werd Tds.
Ik zou op deze pagina ook graag de huidige UIC codering willen vermelden, alleen deze is mij niet bekend. Als u mij kunt helpen hoor ik het graag via een berichtje.
De tekst hieronder komt uit 1963: |
| |
|
|
VOOR ELK VERVOER EEN WAGEN
Dat is de titel van een folder ten behoeve van de verladers van de N.S.,
waarin maatschetsen en verdere gegevens zijn vermeld over het goederenwagen-park van onze spoorwegen.
De maatschetsen er van vindt u ook in dit hoofdstuk, het zal voor elke
zelfbouwer een klein kunstje zijn, aan de hand van de werkelijke bij
geschreven hoofdmaten een model op de gewenste schaal te bouwen.
De bedoeling van dit hoofdstuk is, u de verschillende hoofdtypen uit
elkaar te leren houden en — wat nog belangrijker is .— u duidelijk te
maken, waarvoor elk type dient en wat voor speciale entourage bij een
bepaalde wagen behoort: een onderwerp, dat op de meeste modelbanen
wordt verwaarloosd.
De wagens hebben een bepaald typenummer, een S er voor geeft aan,
dat het bewuste type met een snelheid van 100 km/h vervoerd mag worden.
Ik ga dus niet op de specifieke eigenschappen voor de verlader van een
bepaalde wagen in, maar bepaal mij tot gegevens, die voor de modelbouwer van belang zijn.
- S-CHO. Het is een gesloten wagen met versterkte vloer voor het rijden met vorkheftrucks in de wagen en ventilatieluiken. Zeer universeel bruikbaar voor alles wat in gesloten ruimten moet worden vervoerd. Voor belading en lossing bij de verschillende bedrijven gebruikt men meestal een laadperron op wagenvloerhoogte (1,23 m boven kop rail). Ook aan te treffen op loswegen met een auto "langszij".
- S-CHR. In de eerste plaats wel bekend als groente- en fruitwagen. Verder onder een andere naam (GW) als stukgoederenwagen met de bekende gele hoekbanden bij van Gend en Loos in gebruik. U vindt ze in en bij de vrachtgoedloodsen, belading aan laadperrons d.m.v. vorkheftrucks.
- S-CHH. Voor lichte goederen met groot volume. Ook bekend als olifantenwagen voor het vervoer van deze "zwaargewicht" passagiers bij circusvervoer.
- Hbs. Geen middelbare school, maar een moderne versie van de S-CHH.
- Hbis. Dezelfde als boven, maar nu met schuifwanden over de gehele lengte om langs laadperrons op elke plaats met vorkheftrucks te kunnen laden en lossen.
- CHGZ. Een gesloten wagen met stortluiken in de zijwand en lostrechters in de bodem. Uitsluitend voor het vervoer van losgestort graan. Aan de beladingskant vindt u dus een stortpijp of transportgoot vanaf een silo in de wagen (stortluik); aan de lossingskant van het transport staat deze wagen op de particuliere spooraansluiting van een cooperatie met de lostrechter boven een stortput.
- S-CHVO. De bekende witte koelwagen van Intertrigo. Niet geschikt voor de vorkheftruck, wel voor laden of lossen langs laadperrons en loswegen of op spooraansluitingen.
- GRUW. Lijkt op de gewone kolenbak en is dit eigenlijk ook, maar heeft een dekzeil en stortluiken. Dient voor hetzelfde doel als de graanwagen (CHGZ), maar kan ook voor andere losgestorte produkten (kunstmest enz.) dienen, evenals voor machinedelen, walsprodukten enz.
- GSDW. De schuifdakwagen met een dak uit twee helften, dat of voor de ene helft, of voor de andere kan worden geopend. Deze wagen moet met een kraan beladen en gelost worden. Op uw baan dus wel een wagen, die een bepaalde omgeving vereist.
- Tb. Een verbeterde editie van de vorige, want bij deze luikendak-wagen treft u een luikendak aan, dat geheel van de bovenzijde kan worden weggerold. De belading en lossing ondervindt dan geen moeilijkheden met de halve opening. Alleen voor kraanbelading en -lossing, b.v. staalplaten.
- Uds-v. Een moderne zelflosser met een zwenkdak. Dus een gesloten wagen met belading door het opzij gezwenkte dak, b.v. door een stortpijp of transportband en lossing boven stortputten d.m.v. het openen van de loskleppen.
Geschikt voor graanvervoer als toekomstige vervanging van de CHGZ, kunstmestvervoer enz.
- Ubcs. Hoewel er van dit type verschillende uitvoeringen zijn, bepalen wij ons tot de laatste versie.
De wagen met twee bollen. Bepaalde stoffen zoals cement, soda, poederkalk, enz., gedragen zich bij vermenging met lucht als een vloeistof. Deze wagen wordt door vulopeningen boven op de bollen gevuld, b.v. door storttrechters of buizen. De lossing geschiedt door het inblazen van lucht door een poreuze bodem in de bollen. De poedervormige stof gedraagt zich dan als water en kan via aangekoppelde slangen en buizen ver omhoog en opzij weggepompt worden, b.v. in silo's. Er zijn ook speciale auto's, die een compressor "aan boord" hebben en in staat zijn de lading van de (Ubcs) over te blazen in de autoketel. Een wagen dus, die wel een zeer speciale landschapstoffering vereist.
- GTOW. De doodgewone kolenbak. U vindt hem op de losweg, waar de kolenhandelaar hem lost met een transportband. Maar ook op fabrieksterreinen vindt u ze, er kan erts in zitten en schroot. Ze kunnen met de kraan worden gelost (schroot met een magneet) en gekiept worden met een tip. Er kan hout in zitten... nou ja, vult u zelf maar in. Universeel bruikbaar voor alles en nog wat.
- Fds. De standaardwagen heet Eds, dit is de bekende moderne zelflosser voor kolen en cokes, maar ook voor steenslag en grind. Belading bij de mijnen onder stortgoten of onder bunkers. Lossing door de zwaartekracht op transportbanden. Zonder die transportbanden gaat het echt niet, dus modelbouwers aan het werk om miniatuurbanden te maken!
- Fads. Dit is een grote lummel. Ook al een zelflosser op twee draaistellen. De zijwanden Klappen geheel weg, langzaam lossen is niet mogelijk. Enige mogelijkheid van lossing: boven grote bunkers aan weerszijden van het spoor. Geschikt voor cokes, kolen, erts en kluitkalk. Deze wagen vergt dus een bijzonder uitgekiende stoffering n.l. een hoogliggend spoor over grote bunkers, terwijl voor de belading een stortbunker, transportbandensysteem of kraanbedrijf noodzakelijk is.
- S-LWO. Dit is de bekende rongenwagen voor het vervoer van lange zaken zoals spoorstaven, profielstaal, betonijzer, kermiswagens, bouwketen enz. Kraanlossing mogelijk, niet vereist. Ook te behandelen langs laadperrons voor het op- en afrijden van kermiswagens, enz. Ook op een losweg te gebruiken, b.v. met autokraan.
- S-HTS. Dit is een vier-assige en dus nog langere uitvoering van het bovenstaande type. Gebruik dus nu wel bekend.
- Lacs. Dit is de bekende autotransportwagen met twee verdiepingen. Te beladen en te lossen bij voorkeur met een koplading.
Dan is er nog een serie laadkistenwagens, welke ook op de modelbaan geliefd zijn. Aangezien echter geen enkele firma u de „Daf-losser" levert, is dit een vrij onbevredigend onderwerp voor de modelbaan. Bovendien in werkelijkheid zeker een afgedaan onderwerp. Er is nog een kleine serie kuilwagens (neen, geen dieplaadwagen, dat is een Germanisme; zeg dus in de toekomst: kuilwagen). Dit is maar een kleine serie zeer speciale wagens van verschillend draagvermogen.
Rest ons nog de bekende ketelwagen te vermelden. Hoe noemde u dit beestje? Tankwagen? Beter is ketelwagen.
Hiervan geen prentje, want ketelwagens zijn niet in het N.S.-wagenpark te vinden. Alle ketelwagens, behalve enkele voor dienstgebruik, zijn „huur"wagens van speciale wagenverhuurmaatschappijen of eigendomswagens van particulieren. Elke zichzelf respecterende modelspoorfirma maakt ze in serie, dus u behoeft niet zonder ze te zitten.
Technische Tekeningen en foto's:
|
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |

Lossen met transportband
|
|
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
Lacs
NS Autotransportwagen |
 |
Het vervoer van auto's over de „ijzeren weg" is de laatste jaren sterk toegenomen. Aanvankelijk behielp men zich met open goederenwagens die voor het vervoer van auto's werden omgebouwd, maar al spoedig bleek dat dit niet de ideale oplossing was. Zo kwamen dan de speciale wagens, die ter vergroting van de laadcapaciteit met dubbele dekken werden uitgevoerd. De Nederlandse Spoorwegen hebben deze dubbeldekkers al enige jaren in bedrijf. Men koos een type, dat bij de DB zijn sporen al
had verdiend. Voor de voorstanders van een „Nederlandse" baan is het een winstpunt dat Fleischmann en Trix dat DB type in hun programma hebben. Hierdoor is er tevens een NS model bijgekomen, zij het dan dat de opschriften niet kloppen. De hierbij afgedrukte tekening is in de schaal 1 :87 en kan o.a. als voorbeeld dienen ter verdere detaillering van het Fleischmann en Trix model. Het hekwerk van het benedendek is door genoemde fabrikanten namelijk nog al wat vereenvoudigd.
|
|
|
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
S-CHO |
|
| |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
|
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| Hoe u zelf een Silowagon kunt maken leest u hier |
| |
|
|
| |
|
|
 |
| |
|
|
|
|
|